De kunst van grenzen stellen
Waarom zeggen we toch vaak ja?
Waarom is grenzen stellen zo moeilijk?
"Ik wist eigenlijk meteen dat ik geen tijd had, maar toch zei ik ja."
Je helpt een collega terwijl je agenda al vol zit, luistert naar de problemen van een vriend terwijl je eigenlijk behoefte hebt aan rust of past je aan in een relatie om conflicten te voorkomen. Achteraf voel je je leeg, gefrustreerd of misschien zelfs boos op jezelf. Veel mensen denken dat grenzen stellen betekent dat je harder, duidelijker of assertiever moet worden. In mijn ervaring gaat grenzen stellen niet in de eerste plaats over de ander, het gaat over het contact met jezelf.
Grenzen aangeven klinkt eenvoudig. Maar voordat je een grens kunt uitspreken moet je eerst weten waar die grens ligt. En juist daar gaat het vaak mis. Veel mensen zijn gewend geraakt om vooral bezig te zijn met wat anderen nodig hebben. Ze voelen haarfijn aan hoe het met de ander gaat, maar zijn het contact met hun eigen behoeften langzaam kwijtgeraakt. Als je niet goed voelt wat je nodig hebt wordt het ook lastig om daar voor op te komen.
Waarom zeggen we toch vaak ja?
Vaak zit er meer achter dan alleen behulpzaam willen zijn. Het kan zijn dat je bang bent om iemand teleur te stellen, om aardig gevonden te worden of ben je opgegroeid met het idee dat de behoeften van anderen belangrijker zijn dan die van jezelf. Misschien voelt het simpelweg ongemakkelijk om ruimte in te nemen. Wat de reden ook is, het gevolg is vaak hetzelfde: je raakt verder verwijderd van jezelf.
Ik hoor nog wel eens terug dat mensen bang zijn dat grenzen afstand creëren. Dat ze egoïstisch overkomen als ze vaker nee zeggen. Gezonde grenzen doen echter juist het tegenovergestelde. Ze maken echt contact mogelijk. Wanneer je namelijk eerlijk bent over wat je voelt, nodig hebt en aankunt, ontstaat er meer duidelijkheid. Anderen weten waar ze aan toe zijn en jij hoeft jezelf niet langer weg te cijferen om de verbinding te behouden. Een grens is geen muur tussen jou en de ander. Een grens laat zien waar jij begint en waar de ander eindigt.
Vaak geeft je lichaam eerder signalen dan je hoofd. Een knoop in je maag, spanning in je schouders, moeheid die maar niet verdwijnt, irritatie die steeds sneller opkomt. Het zijn signalen die kunnen aangeven dat je over je eigen grenzen heen gaat. In mijn praktijk onderzoeken we daarom niet alleen wat je denkt, maar ook wat je voelt en ervaart in je lichaam. Die weet vaak al lang wat jij nodig hebt, nog voordat je woorden kunt geven aan wat er speelt.
Grenzen stellen betekent niet dat je minder geeft om anderen. Het betekent dat je jezelf net zo belangrijk leert vinden als de mensen om je heen. Vanuit die plek ontstaat er meer rust, meer energie, en uiteindelijk ook meer ruimte voor oprechte verbinding. Want wanneer je jezelf niet steeds hoeft aan te passen kun je anderen ontmoeten vanuit wie je werkelijk bent.
Merk je dat je vaak over je eigen grenzen heen gaat? Dat je moeite hebt om nee te zeggen of dat je jezelf regelmatig wegcijfert voor anderen? Dan ben je niet de enige. Het leren voelen, herkennen en aangeven van je grenzen is een proces. Een proces waarin je stap voor stap weer leert luisteren naar jezelf.


